Posted on 3 okt, 2013 in blog | 0 comments

De zandhonger in de Oosterschelde is weer even in het nieuws geweest afgelopen week.

Al jaren probeert Rijkswaterstaat (RWS) het zandverlies uit de Oosterschelde af te zwakken.

 

De zandhonger (= meer zand er uit dan er in) is ontstaan door de aanleg van de Oosterscheldekering (Zeeland). De kering is van belang voor de bescherming tegen overstromingen. Dit blijft actueel door de stijgende zeespiegel t.g.v. de opwarming van de aarde.

De aanleg van de kering heeft alleen nadelige gevolgen gehad voor de hoeveelheid zand binnen de Oosterschelde. Zandplaten worden daardoor kleiner evenals slikken en schorren, alles wordt als het ware gelijk. Het zand van de platen verdwijnt in de geulen.

En ondanks de sterke stromingen (foto) is er nauwelijks zandimport.

 

 

 

 

 

 

Over tientallen jaren is het één grote zandbak met onvoldoende plekken, die bij laag water droogvallen. Vogels zijn hier wel afhankelijk van.

De schorren en slikken, die aan de buitenkant van de dijken liggen, zorgen voor het breken van de golfslag. Zo zijn zij een eerste bescherming tegen het water.

Als de schorren (kwelders) verdwijnen komt de kracht van het water direct op de dijken. Naast hogere waterstanden kan het deel van de dijken dat onder water ligt ook verzwakt raken.

In voorbij eeuwen zijn zo herhaaldelijk dijkdelen in de golven verdwenen al dan niet met stukken land erbij.

De Zuid-Hollandse en Zeeuwse “eilanden” hebben daardoor vaak een hoekige vorm.